afbeelding van Suzanne Brink

Foto: Claire (Susan Visser) uit de film Richting West is een Nederlandse vrouw pur sang. Op haar fiets met kinderzitje haast ze zich door de hele stad. 

De mooiste dingen maken ze, de Nederlandse modeontwerpers. Maar het lijken paarlen voor de zwijnen. De Nederlandse vrouw heeft maar één vraag: ‘Kun je ermee fietsen?’

Die vraag horen we elke dag, verzucht shopmanager Chananja Baars van Coming Soon, een Arnhemse winkel die mode van Nederlandse ontwerpers verkoopt. ‘Ongelooflijk; dan zie je dat een jurkje een vrouw fantastisch staat, maar koopt ze het toch niet. ‘Wanneer moet ik het dan aan?’, vragen ze dan. Nou, wat dacht je van vandaag? ‘Maar ik ga winkelen. En mag je er dan niet mooi uitzien als je gaat winkelen?’

Slaapzakkenjas

Nederlandse vrouwen – ze zijn een gesel voor iedereen die de kunst van het kleden een warm hart toedraagt. Wij kunnen wat Chananja Baars van Coming Soon betreft een voorbeeld nemen aan Italiaanse of Franse vrouwen die zich een paar keer per dag omkleden. Een Nederlandse vrouw doet dat niet. Die trekt ’s ochtends iets uit de kast waarin ze zowel de hond uit kan laten als de kinderen naar school kan brengen en dan ook nog een sollicitatiegesprek kan voeren om vervolgens op een feestje aan een wijntje te nippen. Ze is uit te tekenen in een spijkerbroek, Uggs, slaapzakkenjas – met of zonder bontkraagje – of natuurlijk een tricotjurkje met vrolijke bloemenprint à la King Louie. Als het maar net zo comfortabel zit als haar pyjama.
 Baars vindt het jammer dat Nederlanders comfort vaak boven alles laten gaan. ‘Je ontzegt jezelf iets. Als je je mooi kleedt, voel je je beter. Mensen benaderen je anders.’

Er zijn ook Nederlandse ontwerpers die zich er juist op beroepen dat ze praktische kleding maken ‘voor vrouwen die iets te doen hebben’. Joline Jolink bijvoorbeeld. Haar kleding zit prettig, maar valt door de snit ook mooi en is geschikt voor verschillende gelegenheden. Joline Jolink vertelde onlangs dat haar oma vaak vraagt: ‘Maar kun je er in fietsen?’. En oma is best streng, want die zet al vraagtekens bij driekwartmouwen: ‘Is dat niet te koud op de fiets?’ En: ‘Zitten er wel zakken in?’

Lelijk regenpak

‘Jongere ontwerpers zijn wat praktischer’, denkt ook Angelique Westerhof, directeur van de Dutch Fashion Foundation die de Nederlandse mode in binnen- en buitenland promoot. ‘Tien jaar geleden had je de pioniers van de Nederlandse mode die al helemaal voortdurend geconfronteerd werden met de vraag of je ermee kunt fietsen. Je had Klaas van Engelen die een jas maakte met zeven mouwen, die natuurlijk prachtig was om te zien, maar waar je niet de straat mee opgaat. En Victor en Rolf die lieten zien hoe het ook kon. Jongere ontwerpers zijn wat meer naar het midden opgeschoven. Die denken productgerichter.’

‘Kun je ermee fietsen?’ gaat volgens Westerhof niet over fietsen op zichzelf. De vraag staat voor de hele Nederlandse cultuur. ‘Je kunt wel mopperen op de Nederlandse vrouw, maar de weersomstandigheden zijn hier ook anders dan in bijvoorbeeld Frankrijk en Italië. Iedereen hier heeft die herinnering aan bezweet op school aankomen in een lelijk regenpak.’

Nederlanders hebben een achterstand op het gebied van mode in vergelijking met Parijs en Milaan, maar er is de laatste jaren wel iets aan het veranderen. ‘Mensen krijgen er meer lol in om goed gekleed te gaan. Ze geven elkaar complimenten en zijn trots op hoe ze eruitzien.’ De Nederlandse vrouw is dus niet helemaal verloren, hoewel het hier nooit zo wordt als in Parijs en Milaan. ‘Noord-Europese vrouwen hebben een andere smaak. Ze zijn ook anders gebouwd. Langer en ja, ook gespierder. Dat komt natuurlijk wel weer door het fietsen.’

Print

Reageer

Met het invullen van dit reactieformulier accepteert u het Mollom-privacybeleid.