afbeelding van Suzanne Brink

Elke fietser kan er over meepraten.  Omleidingen zijn onoverzichtelijk of je moet drie keer oversteken. De omleidingsborden staan op de verkeerde plek en je begrijpt niet waar ze naartoe leiden. Of je wordt omgeleid over een smal, hobbelig paadje waar je geschampt wordt door scooters. Hoe komt dat nou? Wat is er zo moeilijk aan een omleiding voor fietsers? Vinden ‘ze’ het gewoon niet belangrijk genoeg?

Veilige omleidingen voor fietsers maken is niet eenvoudig. Het goede nieuws is dat er veel meer over na wordt gedacht dan tien jaar geleden. Maar als er een veilige omleiding is bedacht, dan moet die ook nog goed uitgelegd worden.

Op papier goed

Jan van der Horst van de Fietsersbond adviseert lokale afdelingen regelmatig bij omleidingen, maar moet bekennen dat hij ook nog steeds dingen over het hoofd ziet. ‘Dan blijkt een fietspad er in de zomer prima bij te liggen, maar staat het blank in de herfst wanneer de fietsers eroverheen geleid worden. Er kan zo veel misgaan.’ Een ander probleem is dat de oplossingen voor fietsers er op papier wel goed uit kunnen zien, maar dat het alsnog in de praktijk misgaat. De richtlijnen van Rijkswaterstaat en CROW zijn prima, maar of de aannemers zich eraan houden is een tweede.

Het probleem is volgens Van der Horst dat je steeds weer met nieuwe partijen te maken hebt. ‘Je moet het elke keer opnieuw uitleggen.’ Hij zou graag willen dat bij aanbestedingen goede omleidingen voor fietsers niet alleen een pre zijn, maar een voorwaarde worden.

Streepje voor

Toch lijkt er wat te verbeteren. Overheden vinden het steeds belangrijker dat voorzieningen voor fietsers op papier goed geregeld zijn. Aannemers die goede omleidingen voor fietsers in hun offertes opnemen, hebben een streepje voor.

Zo’n aannemer is Dura Vermeer, die onder meer de Fietsstad-verkiezing sponsort. Martijn Jansen, omgevingsmanager bij Dura Vermeer: ‘Veiligheid is de afgelopen tien jaar steeds belangrijker geworden. Rond 2000 droegen we niet altijd een helm op de bouwplaats. Nu spreken we elkaar erop aan. Veiligheid van de omgeving is ook steeds belangrijker geworden. Als wij een groot project gaan doen, overleggen we in een vroeg stadium met de gemeente over fietspaden en omleidingen. Hoe druk is het fietspad dat we af willen laten sluiten? Als we twee jaar bezig zijn, kun je fietsers al die tijd niet tien minuten om laten rijden. We stellen dan voor om een tijdelijk fietspad aan te leggen. In sommige gevallen zelfs een fietsbrug. Als fietsers kruisen met bouwverkeer zetten we liever verkeersregelaars neer die uit kunnen leggen wat er aan de hand is, dan een verkeerslicht.’

Eigen omleiding

Fietsersbond Nieuwegein beet zich de tanden stuk op een afgesloten brug waarbij Rijkswaterstaat en de aannemer fietsers zes kilometer om wilden laten rijden, terwijl Fietsersbond Nieuwegein een prima route van drie kilometer had uitgestippeld. Dat scheelt nogal wat. Clarion Wegerif: ‘De brug moest twee keer een weekend afgesloten worden. Er zat anderhalf jaar tussen. De eerste keer was een ramp. De bordjes stonden bijvoorbeeld aan de verkeerde kant van het kanaal, waar maar tien procent van de fietsers reed. Dus de tweede keer wilden we dat voorkomen.’

De vrijwilligers van de Fietsersbond hielden nog lang goede hoop dat het zou lukken, maar Rijkswaterstaat wees naar de gemeente en de gemeente naar Rijkswaterstaat. De woensdag voor het weekend hakten ze de knoop door en besloten hun eigen omleidingsroute te bewegwijzeren. Wegerif: ‘Op vrijdag hebben we met drie vrijwilligers die bordjes aan palen gehangen. Uiteindelijk zijn de meeste fietsers via die route op hun bestemming gekomen. Er stonden verkeersregelaars die ook onze routekaarten met zowel de lange als de korte route gebruikt hebben.’

In het algemeen denkt Wegerif dat aannemers veel meer gebruik moeten maken van lokale kennis, bijvoorbeeld van lokale Fietsersbond-afdelingen. ‘Fietsers willen een veilige en prettige route die niet te ver om is. Geef omleidingen ver van tevoren aan en vermeld erbij wat de extra omrijtijd is.’ Wegerif heeft toch goede hoop voor de toekomst. Niet zo lang na een bijeenkomst van Rijkswaterstaat over omleidingen voor langzaam verkeer, waar de kwestie van de afgesloten brug ook ter sprake kwam, werd ze gebeld door een omgevingsmanager: ‘Zij vroeg ver van tevoren hoe de situatie voor fietsers het best geregeld kon worden als ze bij de Beatrixsluizen aan de slag gingen.’

Nietszeggende 'F"Duidelijke bestemmingen

Bij fietsomleidingen is goede communicatie cruciaal. Fietsers willen niet ineens geconfronteerd worden met een omleiding. Liever hebben ze ergens (krant, borden, sociale media) al vernomen dat die omleiding er aan zit te komen. Martijn Jansen van Dura Vermeer pleit ervoor in plaats van nietszeggende getallen en letters ‘F’ duidelijke bestemmingen als ‘Almere Centrum’ op omleidingsborden te zetten. Als fietsers vertwijfeld stilstaan, zullen ze toch geneigd zijn desnoods met de fiets aan de hand door de berm van hun oude route te lopen. Veel fietsers willen sowieso eerst kijken of ze er echt niet langs kunnen.

Jansen: ‘Hekken worden vaak omvergehaald. We zien fietsers die eerst hun fiets over het hek heen gooien en er daarna achteraan klimmen. Bij wijze van spreken gaan ze dwars door het water als dat de kortste weg is. Dat kan heel gevaarlijk zijn. Daarom kiezen we soms voor duurdere, zwaardere hekken. Als we aan het werk zijn met zware machines, gebruiken mensen vaak wel de omleidingsroutes, maar je weet niet wat er in het weekend gebeurt.’

Om te voorkomen dat fietsers langs de hekken toch over een gevaarlijke, gehavende fietsbrug reden, liet een aannemer in Utrecht loodzware betonnen palen over het fietspad leggen. Een serieuze roadblock. Wel effectief, maar vriendelijk is anders.

Print

Reageer

Met het invullen van dit reactieformulier accepteert u het Mollom-privacybeleid.