afbeelding van Michiel Slütter

‘Vroeger waren fietsen beter’

De meeste fietsenmakers vinden het doodnormaal dat een fiets na tien jaar rijp is voor de sloop. George Chardon uit Bennekom niet. Hij verkoopt fietsen van voor de oorlog.

Als je er goed op let, kom je ze nog gewoon tegen op straat: stokoude zwarte fietsen. De herenrijwielen of omafietsen, soms nog van voor de oorlog, komen prima mee in het hedendaagse verkeer.
Hoe is het mogelijk dat die oude fietsen het nog steeds doen? Het antwoord ligt voor de hand: vroeger waren de fietsen gewoon beter. Dat is in ieder geval de overtuiging van George Chardon, eigenaar van FietsVerzet uit Bennekom.

Asfaltlak
Chardon bouwt fietsen voor lange mannen en verkoopt tweedehandsjes. Hij beperkt zich tot fietsen die tussen 1930 en 1980 gemaakt zijn. In die halve eeuw beleefde de Nederlandse fietsindustrie volgens Chardon haar glorietijd. Vervolgens is het – wat de kwaliteit betreft – eigenlijk achteruit gesukkeld. Dat fietsen zo degelijk waren, hing volgens Chardon samen met de status van de fiets: ‘Het was voor veel mensen het belangrijkste vervoermiddel’. En daar werd dus niet op bezuinigd.
Oude en nieuwe fietsen zien er op het oog ruwweg hetzelfde uit. Wat maakt oude fietsen beter? ‘Voor de naven gebruikte men vroeger beter staal dat veel harder is. Ook de schroefdraad was fijner waardoor er minder snel dingen los rammelden. Nu heeft Shimano een wereldwijde norm voor de schroefdraad gesteld, die veel ruimer is. Dat is jammer, want je kunt nu de fietsen minder goed afstellen en alles rammelt eerder los.’ Ook roest kreeg vroeger minder kans door de matzwarte ‘asfaltlak’. ‘Om milieuredenen mag dat niet meer gebruikt worden.’

Gazelle
Van alle merken was Gazelle volgens Chardon onbetwist de beste fiets die er te koop was.  Een halve eeuw lang was een nieuwe Gazelle een vervoermiddel waar je gerust tientallen jaren op kon vertrouwen. ‘Zo rond 1980 zijn de laatste goede Gazelles geproduceerd’, zegt Chardon. ‘Daarna is het bergafwaarts gegaan. Het merk teert eigenlijk nog steeds op die goede naam van vroeger.’
Hij heeft prachtige Gazelles staan van voor de oorlog. Op de banden na zitten er bijna allemaal originele onderdelen op. Zelfs de naven doen het nog prima na miljoenen rondjes draaien.
Zo’n dertig jaar geleden was het dus gebeurd met de solide fietsen van Gazelle. ‘Toen werd het bedrijf overgenomen door het Britse Tube Investments.’ Het is niet meer goed gekomen, vindt Chardon. En niet alleen Gazelle levert minder goed werk.
Bij vrijwel alle Nederlandse merken is het tobben met de kwaliteit. De onderdelen en de frames worden ingekocht. De fietsmerken doen eigenlijk niets anders dan assembleren. Dat zou op zich geen probleem hoeven zijn als de naven, trapassen en velgen maar net zo goed waren als vroeger.

Torpedo
Dat draaiende onderdelen best degelijk gemaakt kunnen worden, bewijst een vettige oude naaf die op de werkbank ligt. Chardon: ‘Die is uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Hij werkt feilloos.’
Chardon neemt me mee naar zijn magazijn. Daar bewaart hij een gekoesterde schat. In een stellingkast staat een ouderwetse houten kist met gloednieuwe Duitse Torpedo-naven uit de jaren zestig. Het voorraadje naven komt uit de werkplaats van een Nederlandse fietsenmaker in Duitsland. ‘Hij was daar een fietsenwinkel begonnen, omdat Duitse fietsenmakers indertijd geen Nederlandse fietsen wilden repareren.’ Na zijn overlijden bleef de weduwe achter met grote voorraden onderdelen. Chardon mocht ze overnemen. ‘Ik heb er twee vrachtwagens vol weggehaald.’ Waaronder dus de begeerde Torpedo-naven. Wie het wil, kan op de handgemaakte fietsen van Chardon zo’n fonkelnieuwe bijna vijftig jaar oude naaf laten monteren. ‘En dan heb je gewoon een betere fiets’, aldus Chardon.

Fietsfabriekje
Het is duidelijk dat Chardon een gepassioneerde fietsenmaker en bouwer is. Hij is zo gedreven dat hij fanatiek doorwerkt, ondanks het feit dat hij officieel voor tachtig tot honderd procent is afgekeurd. Chardon heeft een oogaandoening waardoor hij weinig kan zien. Maar hij is zo vertrouwd met zijn winkel en werkplaats dat het mij eigenlijk niet opvalt dat hij slechtziend is. Pas wanneer hij een klein fietsonderdeel pakt en het heel dicht bij zijn goede oog moet houden, is het duidelijk dat hij slecht ziet.
‘Het is niet altijd gemakkelijk’, vertelt Chardon. ‘Maar thuis zitten, is niks voor mij. Ik probeer me staande te houden, ik wil geen zielige jongen zijn.’ En sleutelen gaat prima. ‘Ik heb meer gevoel dan een ziende.’
Aan plannen heeft Chardon geen gebrek. Hij heeft de hand weten te leggen op een framebouwset. Daarmee kan hij elk gewenst frame bouwen. Wie bijvoorbeeld een sportief rank fietsframepje uit de jaren zestig wil, kan dan bij Chardon terecht. Met de framebouwset heeft hij eigenlijk alles in huis voor een klein fietsfabriekje. Precies zoals ooit vermaarde Nederlandse merken begonnen.

Meer informatie: www.fietsverzet.nl

Lees ook: Fongers-gekte in Indonesië

En: Fietsen te slap voor Nederlanders?

En: Nederlands design stelt teleur

 

 

 

Print

Reageer

Met het invullen van dit reactieformulier accepteert u het Mollom-privacybeleid.

Een heel fietsverhaal, gericht aan George Chardon, Bennekom, kwam onbestelbaar terug.
Kunt U mij helpen?

afbeelding van Michiel Slütter

Misschien kunt u het best even bellen: http://www.fietsverzet.nl/166533899

Mooi